| 16de eeuw | Cornelius a Lapide | Bocholter beroemheden | |
◄ Terug naar noordoost ![]() ![]() ![]() |
Op de plaats in Bocholt waar nu - bij het rondpunt aan de kerk - Dexia, 't Appeltje, Studio Leyssen en Brilcenter hun waren ten toon spreiden, zag het er in mijn kindertijd heel anders uit. Daar stond toen het Steen, ![]() in de volksmond de naam van het herdenkingsmonument voor de in de eerste wereldoorlog gesneuvelde Bocholtenaren, maar eigenlijk de naam van het imposante gebouw dat erachter stond: het Steen, een (in vroege tijden) versterkte herenhoeve met een (niet op de foto, maar wel, later, in mijn kinderjaren) weelderig door klimop bedekte voorgevel. De eigenaars (bouwers?) van lang geleden, "Van den Steen", ontleenden ten andere hun naam aan het gebouw, dat al in de 16de eeuw en misschien nog vroeger bestond en in de loop der eeuwen een aantal malen is verbouwd, veranderd, hersteld, o.a. na de tweede wereldoorlog, toen het grotendeels werd verwoest. In de jaren 40-50 werd het bewoond door de familie "Van de winning", officieel Brebels. Het was op 18 december 1567 de geboorteplaats van een Bocholtenaar die het later ver heeft geschopt: Cornelis Cornelissen van den Steen (Cornelius a Lapide). Hij verlatijnste later zijn naam tot "A Lapide" (Latijnse vertaling van" Van den Steen"), zoals in de tijd van het Humanisme de meeste geleerden deden (Kremer werd Mercator, Gust Lips werd Justus Lipsius...) De naam werd later gegeven aan de vroegere Bocholter middelbare landbouwschool (het huidige Biotechnicum) en de helaas ter ziele gegane Bocholter melkerij. Over de kindertijd van de man is niets bekend, maar daarna studeerde hij klassieke talen en filosofie aan de Jezuïeten-colleges van Maastricht en Keulen en nog later theologie (godgeleerdheid), eerst even aan de universiteit van Douai in Noord-Frankrijk en dan vier jaar lang te Leuven. In 1592 trad hij in de orde van de Jezuïeten, was twee jaar novice, studeerde nog een jaar theologie en werd in 1595 priester gewijd. Hij werd dan professor in de Heilige Schrift en de Hebreeuwse taal aan de universiteit van Leuven Twintig jaar later werd hij naar Rome geroepen om daar hetzelfde te doen en hij schijnt die functie jarenlang met grote vermaardheid te hebben vervuld. De laatste jaren van zijn leven zou hij uitsluitend besteed hebben aan het verbeteren en afmaken van zijn beroemde commentaren. Bij zijn godsdienstbroeders in Rome genoot hij een reputatie van heiligheid. Hij stierf op 12 maart 1637 en werd op een aparte plaats begraven, zodat men gemakkelijker zijn gebeente zou kunnen terugvinden wanneer hij - naar men hoopte - uiteindelijk zou worden zalig verklaard. Werk: Omvangrijke commentaren op bijna alle boeken van de Heilige Schriftuur, vaak heruitgegeven en vertaald, apart en gezamenlijk, en door katholieken en ook protestanten hoog gewaardeerd. Links: Tik in zoekrobot Google "Cornelius a Lapide" en je bent even zoet. ![]() ![]() |
Onze Cornelius zal best veel geleerde waarheden hebben onderzocht, becommentarieerd en bevestigd, maar af en toe kwam hij - zeker voor onze medemensen van het vrouwelijk geslacht - niet zo leuk om de hoek. Geniet van enkele van zijn "commentaren" over "vrouwen (in de kerk)". ![]() Vers 34. "Vrouwen moeten hun mond houden in de kerk" - zelfs profetessen, [ten eerste] omdat het tegen de natuur en de wet is dat vrouwen zouden spreken in de aanwezigheid van mannen, aan wie ze onderworpen zijn (Genesis 3, 16). Dat zegt Ambrosius, en Anselmus beaamt dat. Ten tweede, omdat spreken ingaat tegen hun bescheidenheid en nederigheid. Dat zegt Anselmus. ![]() Ten derde, omdat mannen een beter oordeel hebben, meer intelligentie en meer spreekkracht en discretie dan vrouwen. Ten vierde, "met reden wordt aan vrouwen bevolen hun mond te houden," zegt Anselmus, "aangezien ze, als ze spreken, hun mannen ertoe overhalen te zondigen (Genesis 3)". Ten vijfde, om een rem te zetten op hun babbelzucht. Want - zo zegt het spreekwoord - Als veel potten en pannen samen zijn, worden evenveel kleine klokjes geluid", wat gebeurt als twee vrouwen twisten. Dat zou in de kerk gemakkelijk gebeuren als het aan vrouwen zou zijn toegestaan te onderrichten. Over dat zwijgen van de vrouwen zal ik meer zeggen bij het commentariëren van Timotheus 2, 9. Wat zou dus overblijven aan gerechtigheid en bezitsrecht als, in tegenspraak met het gebod van de Apostel en in tegenspraak met de gewoonte, een vrouw hoofd zou zijn van een of andere Kerk?! Om dit in perspectief te plaatsen: de vrouw is passie en wellust, de man is rede. Zij moet daarom haar mond houden en zich aan de rede onderwerpen. ... "Een vrouw is genadiger en meer geneigd tot wenen dan een man," zegt Aristoteles. "Ze is ook jaloerser en twistzieker, ![]() heeft een kwadere tong en is bitsiger. Ze is ongerust en minder zelfverzekerd dan de man, ook lichtvaardiger en onbetrouwbaarder, hoewel ook gemakkelijker voor het lapje te houden". Vers 35. "Als vrouwen iets willen leren, dan moeten ze dat hun mannen thuis vragen". - Primasius merkt hierbij op: "Mannen zouden zo geleerd moeten zijn dat ze hun vrouwen kunnen onderrichten en bevelen in zaken die betrekking hebben op het geloof, maar, als ze niet gestudeerd hebben - wat vaak het geval is - wie moet dan de vrouwen bevelen?" Primasius antwoordt: "Ze hebben predikers, biechtvaders en leraren die hun kunnen bevelen. ![]() Ten tweede is het voor vrouwen beter sommige dingen die voor hen niet noodzakelijk zijn te negeren dan er in de kerk over te vragen en te leren, met het risico op schandaal en slecht fatsoen". ... Je zou kunnen opwerpen: "Nonnen zingen in hun kerken". Ik antwoord daarop: "Dat is geen kerk, geen bijeenkomst van gelovige mensen; dat is alleen maar een koor nonnen". ![]() ... Iedere man die bidt of profeteert met gesluierd hoofd, onteert zijn hoofd. Maar iedere vrouw die bidt of profeteert zonder dat haar hoofd gesluierd is, onteert haar hoofd. Het is weerzinwekkend voor een man gesluierd te zijn, aangezien eer, vrijheid en schaamte vereisen dat een vrouw haar hoofd gesluierd houdt. Daarom moet de vrouw worden gesluierd, niet de man...
|
|